vrijdag 7 februari 2014

Chuck Norris, activator in het hoger onderwijs

Chuck Norris, activator in het hoger onderwijs

Een actieve student is de helft van het werk. Participerende studenten nemen meer op en verhogen bovendien het werkplezier van de docent. Hoe tover je een les waarin je de krekels kan horen tjirpen om tot een energieke sessie waarin studenten geprikkeld worden tot deelname? Een activerende opening is een eerste stap, met hulp van Chuck Norris, uiteraard.

Met deze poster start ik een les over de oorzaken van subjectieve sociale veiligheid. Het doel van deze activerende opening is om studenten te focussen op het onderwerp en in een actieve modus te krijgen. Studenten reageren op de quote: wanneer voelen zij zich eigenlijk onveilig, en hoe komt dat?

Sociologische verklaringen
Vanuit sociologisch perspectief zijn onveiligheids-gevoelens te verklaren vanuit verschillende contexten. Binnen de individuele context plaatsen we oorzaken uit de persoonlijke sfeer: in hoeverre voelt men zich kwetsbaar, heeft men eerdere slachtofferervaringen of heeft men een risicovolle leefstijl? Daarnaast kunnen we verklaringen zoeken binnen de situationele context: de directe omgeving waarin een persoon zich bevindt. Zo voelen mensen zich doorgaans onveiliger in verloederde buurten, buurten met weinig sociale samenhang en buurten waarin veel criminaliteit voorkomt. Binnen het hoogste niveau, de sociaal-culturele context, kijken we naar verklaringen op basis van maatschappelijke ontwikkelingen.

Hoe Chuck Norris helpt
Ondersteund door de activerende opening, leid ik studenten door het theoretische model. De quote geeft namelijk aan dat zelfs ‘het donker’, hier de vertegenwoordiger van een individu die op basis van individuele eigenschappen nergens voor hoeft te vrezen, zich in een context kan bevinden waarin wel degelijk onveiligheidsgevoelens ontstaan. Doordat studenten in de activerende opening zelf verklaringen hiervoor bedenken, kan ik de uitleg van de theorie goed laten aansluiten op hun eigen belevingswereld. Het gevolg hiervan is dat studenten vervolgens zelf abstracte theorie weten te vertalen naar concrete voorbeelden.

Een opening kiezen
Voor het motiveren van studenten is het van belang de juiste activerende opening te kiezen. Een goede activerende opening is prikkelend, verlaagt voor studenten de barrière om te reageren en sluit aan bij de lesstof. Mijn advies: kies een opening waar je zelf enthousiast over bent zodat je dat enthousiasme kunt overdragen aan studenten. Maak het daarnaast niet te moeilijk, maak gebruik van visuele ondersteuning en laat het niet na om af en toe een dosis (zelf)spot te gebruiken.

Tot slot
Waarom zou je als docent kiezen voor een activerende opening? Simpelweg omdat zowel student als docent er de vruchten van plukt. Studenten worden gemotiveerd en geven de docent aanknopingspunten om abstract lesstof te behandelen. De docent krijgt inzicht in wat er speelt in de leefwereld van de student en kan de lessen daarop inrichten. Door het gebruik van een activerende opening is het geluid van tjirpende krekels waarschijnlijk verleden tijd. Met behulp van Chuck Norris is dat gegarandeerd. 

dinsdag 28 januari 2014

Van moordwapen tot Donald Duck


Pieter Storms, inbraak en bierdopjes openen. Deze woorden lijken niets gemeen te hebben. Toch worden ze in samenhang genoemd na het zien van één afbeelding tijdens een bijeenkomst van de Leergang Activerend Opleiden. 

De werkvorm
‘Waar denk je aan als je het voorwerp op dit plaatje ziet?’ Met deze simpele vraag start ik mijn activerende opening.

Aarzelend komen de eerste antwoorden. ‘Volgens mij gebruiken ze het in de bouw om te slopen’, roept de één. De ander vult aan: ‘Ja om te slopen, maar ook om bierdopjes mee te openen.’ Ondertussen hoor ik ook ‘moordwapen’ en ‘Pieter Storms’. Ik schrijf snel mee op steekwoordniveau. Nu wordt pas ‘inbraak’ geroepen. In de voorbereiding was dit mijn eerste associatie, dus ik had dit woord eigenlijk eerder verwacht. Aanvullend op het woord inbraak klinkt: ‘ik moet ook wel een beetje denken aan de zware jongens van Donald Duck’. Het is bijna niet bij te houden om alles op te schrijven. Toch is dat belangrijk; elke inbreng moet gehoord en gewaardeerd worden.  

De theorie
Het doel van deze activerende opening is om studenten (in dit geval docenten van Avans Hogeschool) na te laten denken over invalshoeken voor een achtergrondverhaal. Ieder artikel heeft een invalshoek. Zo gaat je verhaal niet over de Olympische Spelen, maar bijvoorbeeld over de homorechten tijdens de Spelen of de fraude bij het bouwen van Olympische stadions. Je zou kunnen zeggen dat de invalshoek de onderzoeksvraag van je artikel is.

Bij elk onderwerp kun je meerdere invalshoeken bedenken. Zo toonde Rob van Vuure (creatief directeur Sanoma Magazines) aan dat je zelfs over asperges telkens weer iets anders kunt schrijven. Hij kwam tot 98 invalshoeken: een aspergelunch, een historisch verhaal over asperges, het aspergedieet, asperges zonder ei, asperges uit de oven, vijf bekende Nederlanders en hun aspergerecept…


De praktijk
Voor studenten van de Academie voor Technologie voor Gezondheid en Milieu kies ik geen breekijzer of asperge, maar een ander langwerpig voorwerp: een reageerbuisje. Aan een select groepje studenten geef ik de training Journalistiek schrijven. De studenten zijn iets aarzelender dan de docenten, maar komen op de proppen met: lab, vloeistof, reactie, drugs, ontploffing, glas, petrischaaltje.

Met deze input zou je een verhaal kunnen schrijven over veiligheid in het lab (gaat het wel eens mis?) of over andere productiemethoden voor een reageerbuisje (waarom is een reageerbuisje van glas gemaakt?). Je kunt zelfs een verhaal schrijven over het succes van de tv-serie ‘Breaking Bad’, waarin een scheikundeleraar de drug crystal meth produceert…  
 
Onverwacht
Het voorwerp moet aansluiten bij de belevingswereld van de doelgroep. Bovendien is het belangrijk om alles op te schrijven. Maar het leukste is dat er dingen geroepen worden die je van tevoren zelf niet kunt bedenken. Dat is de kracht van het gezamenlijke brainstormproces. Want wie verwacht nu het stripfiguur Donald Duck bij een breekijzer? Terwijl dit toch een prachtige invalshoek voor een achtergrondverhaal (met illustraties!) op zou kunnen leveren; wordt het breekijzer nog gebruikt door ‘echte’ dieven of alleen nog door de zware jongens in de Donald Duck?

Inge Duine

Avans Hogeschool Breda

maandag 20 januari 2014

Creativiteit stroomt door beperkingen

 
 
Een discussiewerkvorm met behulp van Spencer Kagan

 

Vind je dat ook zo lastig, een goede discussie voeren in de groep? Want hoe zorg je nou dat niet steeds dezelfde mensen aan het woord zijn? En hoe weet je nu zeker dat iedereen over het onderwerp heeft nagedacht?

In de leergang Activerend Opleiden moesten wij een discussiewerkvorm laten zien. Hierbij wilde ik graag gebruik maken van iets wat ik een tijd geleden heb gehoord op een studiedag van de Amerikaanse onderwijskundige Spencer Kagan, namelijk creativiteit stroomt door beperkingen zoals een rivier kan stromen door zijn oevers.
 

 
 

De werkvorm

 
We zijn gestart met het bekijken van een filmpje op Youtube, waarbij een groep vrouwen zich in het zweet fietst om een neonverlichte man te laten strippen.
(Wat motiveert jou?).
 
Dit filmpje vormt de opstap naar een korte uitleg van de begrippen intrinsieke en extrinsieke motivatie, waarna de volgende stelling werd geprojecteerd:
 
 
INTRINSIEKE MOTIVATIE IS NOODZAKELIJK OM TE LEREN
 


 De deelnemers werden verdeeld in twee groepen van drie. Eerst krijgt iedereen 30 seconden om zichzelf een mening te vormen over deze stelling. Dan krijgt ieder individu in het groepje 30 seconden om ononderbroken zijn mening te geven. Als iedereen geweest is, krijgt het groepje 1 minuut om een gezamenlijk standpunt te formuleren richting het andere groepje. Deze standpunten worden in twee keer 30 seconden uitgewisseld. Tenslotte krijgt iedereen individueel 30 seconden tijd om te bedenken of je hierdoor je mening hebt herzien.
 
De theorie
 
Bij deze werkvorm maak ik gebruik van het gedachtegoed van Spencer Kagan, maar natuurlijk ook van theorieën over motivatie. Spencer Kagan zegt: door te beperken in tijd komen ideeën snel naar boven. Geef je mensen teveel tijd, dan gaan ze zichzelf herhalen. Voorwaarde is wel dat men ononderbroken kan vertellen.
Voor de inhoud van de stelling is kennis over het verschil tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie van belang. Intrinsieke motivatie is de behoefte vanuit jezelf om te leren, omdat je die bepaalde kennis graag wilt hebben of omdat die kennis jou helpt een doel te bereiken. Extrinsieke motivatie wordt gestuurd door factoren van buitenaf. Je leert voor een beloning, geld, status, macht of het vermijden van negatieve gevoelens.
 
De praktijk
 
Zorg bij het uitvoeren van deze werkvorm voor een hoorbare timer, zodat de groep ook weet dat het tijd is. Stop ook daadwerkelijk als het tijd is en laat mensen niet nog een tijdje doorpraten. Dan verliest de werkvorm zijn kracht. En, tenslotte, vergeet de stap niet waarin men terugkijkt naar de eigen mening. Dat maakt de werkvorm en de meningsvorming helemaal af.
 
Ondanks dat het voelt als een tegennatuurlijke vorm van discussiëren, biedt deze werkvorm een hoop voordelen, is mijn ervaring na twee keer uitvoeren. Door de bedenktijd vooraf moet iedereen zich een mening vormen. Omdat mensen elkaar niet mogen onderbreken, krijgt iedereen spreektijd. En door de stappen van individu naar groepje en weer terug naar jezelf, kun je je eigen mening aanscherpen en polijsten.

zondag 19 januari 2014

Dobbelen in het klaslokaal, een goed idee!

Als docent wil je met enige regelmaat bij je studenten controleren of de stof van de vorige les is blijven hangen. Is een dobbelspelletje hier een geschikte werkvorm voor?

Quiz als werkvorm
Om een les afwisselend en interessant te maken én te houden is het van belang variatie in werkvormen aan te brengen. We hebben allemaal wel eens in een collegezaal gezeten waar een saai stuk theorie van meer dan een uur werd afgestoken. Wat is er van de inhoud blijven hangen? Waarschijnlijk minder dan gewenst.

Dobbelen

Een van de werkvormen die tijdens de leergang 'activerend opleiden' aan de orde komt is de 'spelvorm'. Tijdens de vierde lesdag mochten de deelnemers aan de cursus een zelfgekozen spelvorm tot uiting brengen. Mijn keuze was gevallen op een 'dobbelspel'. Met behulp van deze werkvorm wilde ik toetsen of de informatie van mijn vorige les was blijven hangen bij mijn collega's.

Regels
Het spel begint met het indelen van de cursisten in twee teams, team A en team B. Ik fungeer zelf als quizmaster en geef de teams om beurten een open vraag. Team A krijgt de eerste vraag, mag kort overleggen en moet vervolgens een antwoord produceren. Bij het juiste antwoord mag het team een dobbelsteen werpen. Het aantal gegooide ogen bepaalt het aantal gescoorde punten. Wordt de vraag niet of fout beantwoord, dan krijgt team B de kans om de vraag goed te beantwoorden. En ook zij mogen werpen na het geven van het juiste antwoord. Hiermee is één ronde gepeeld en gaat de tweede vraag naar team B.

Om beurten krijgt elk team een vraag totdat er vijf minuten is volgespeeld. Is er bij het verstrijken van de vijf minuten al een vraag gesteld, dan wordt deze ronde nog afgemaakt. Het team met de meeste punten is uiteraard de winnaar.

Praktijk
Het spel werd na afloop kort geëvalueerd. Hierbij werd al snel geconcludeerd dat deze werkvorm prima geschikt is voor het doel. De spelvorm bevat een aantal leuke competitie- en samenwerkingselementen en je zag ook dat iedereen goed mee deed. Bovendien werkt het feit dat je met wat dobbelgeluk zelfs als het mindere team kunt winnen erg stimulerend. Het spel bleef dan ook spannend tot de laatste worp. Het werd voor mij als quizmaster - lees docent - ook duidelijk waar de hiaten in de kennis zaten. Waar ik echter geen rekening mee had gehouden was het duidelijk aangeven van de maximum denktijd. Dit zou bijvoorbeeld met een zandloper visueel gemaakt kunnen worden op een smartboard. Hoe dit logistiek werkt in de praktijk - je moet dan als quizmaster zowel de timer starten en stoppen, de vragen stellen en de punten bijhouden - heb ik niet kunnen testen.

Tot slot
Is de spelvorm 'dobbelen' als werkvorm geschikt om de kennis van je studenten te toetsen? Deze vraag kan ik volmondig met ja beantwoorden. Met de opgedane ervaring ga ik deze werkvorm dan ook zeker nog vaker in de praktijk brengen.

Fritschal Terheijden

woensdag 15 januari 2014

Ren je rot in je klaslokaal

Het herbeleven van een TV spel op school

Tijdens een lesdag van de Leergang Activerend Opleiden hebben we geoefend met verschillende spelvormen die je in de lessen kan gebruiken. Elke cursist kreeg hierbij 5 minuten de tijd om een quiz te leiden waarbij de overige cursisten en docente als deelnemers fungeerden. Uit nostalgische overwegingen heb ik gekozen voor de Ren Je Rot TV quiz.  In deze blogpost vertel ik over de door mij gekozen quizvorm voor die dag en geef ik tips voor docenten die deze spelvorm ook tijdens de lessen willen gebruiken.

De werkvorm

De Ren je rot quiz is een quiz die afgeleid is van het TV Spel Ren je rot dat bekend is geworden door Martin Brozius (1941-2009). Dit TV Spel is afgeleid van het Amerikaanse Runaround en werd in Nederland tussen 1973 en 1983 uitgezonden door de TROS.



De quiz bestaat uit gesloten quizvragen met uitsluitend drie antwoordmogelijkheden: A, B en C. In de klas worden ter voorbereiding dan ook drie plekken uitgekozen voor deze antwoordmogelijkheden. De docent presenteert de quizvragen op een beamer of smartboard en na elke vraag lopen de deelnemers naar de plek van hun gekozen antwoord. Als iedereen een plek heeft uitgekozen wordt het goede antwoord door de docent bekend gemaakt. De deelnemers die de vraag goed beantwoorden krijgen 1 punt. De deelnemer die aan het einde van het spel de meeste punten heeft verzameld is de winnaar van de quiz.

De Theorie

De quiz is een televisiespel en maakt onderdeel uit van de werkvorm: spelvormen. Een belangrijk kenmerk hiervan is dat er een competitie element in zit en er een vaste spelstructuur gehanteerd wordt. Een dergelijke quiz is uitermate geschikt om op een speelse en actieve manier voorkennis te inventariseren of om bijvoorbeeld theorie te toetsen.

De Praktijk

Hoewel is de quiz eenvoudig van opzet is is het toch van belang de quiz goed voor te bereiden. De Quizvragen moeten aanspreken, uitdagend zijn en aansluiten bij het kennisniveau en belevingswereld van de deelnemers. De uitvoering in de klas verdient ook enige aandacht.

Zorg voor voldoende ruimte voor de antwoordvakken in de klas, deze moeten uit elkaar liggen en het is het mooiste als deze ook nog voorzien worden van een duidelijke markering: A, B en C. Je zou deze letters bijvoorbeeld op drie A3 vellen kunnen schrijven en deze tegen een muur kunnen plakken.

Je kan PowerPoint gebruiken om de quizvragen te presenteren. Gebruik een slide per vraag en maak per vraag een kopie waarop het goede antwoord met een groene kleur gemarkeerd wordt. Als docent kan je dan tijdens het spelen van de quiz gewoon van slide naar slide springen.

Het is het makkelijkste als de deelnemers zelf hun score bijhouden. In de TV quiz gebeurde dit door blauwe ballen in een buis te stoppen. Dit is lastig na te doen, maar je zou dit bijvoorbeeld kunnen vervangen door LEGO blokjes. Iedere deelnemer die een goed antwoord geeft mag dan een LEGO blokje uit een doos met blokjes pakken. De deelnemer die aan het einde van het spel de meeste blokjes bezit heeft dan gewonnen.

Ten slotte

Het gebruiken van een de Ren je rot quiz in de les kost even wat voorbereiding maar het resultaat is een heerlijke actieve werkvorm met competitie element. Ik vind het in elk geval een leuke manier om het standaard patroon van lessen te onderbreken en studenten te verrassen met een leuke en alternatieve werkvorm

vrijdag 10 januari 2014

Alles uit de kast

Met een jeans alleen kom je er niet!


Een activerende opening van een college is best moeilijk. Je bent er nog niet door enkel een onderwerpkeuze die studenten aanspreekt. In mijn geval spijkerbroeken. Iedereen draagt toch een spijkerbroek of heeft er thuis een aantal in de kast liggen. Misschien is het juist wel te gewoon. Teveel klittenband, kan dat ook?

De Actieve opening
De paus ziet er objectief belachelijk uit met zijn mijter, maar niemand kijkt meer vreemd op. De paus met een mijter is als een student met een spijkerbroek. Mijn Actieve opening bestond uit een foto van een stel jonge mensen in spijkerbroek.
Mijn eerste vraag aan de studenten was “Wat zie je?”. Doel was om een discussie te starten over hoe zo'n spijkerbroek wordt gemaakt, door wie en onder welke omstandigheden. De duurzaamheids-gedachte hierachter bleef onaangeroerd. Ik kon er natuurlijk naar vragen maar voor de studenten is deze koppeling een te ver van mijn bedshow.

De Praktijk en de Theorie
Een spijkerbroek koop je om ‘in’ te zijn en vooral om aan te trekken. De spijkerbroek is geen issue en zeker geen onderscheidend artikel meer. Alhoewel.... Ik wilde met mijn activerende opening de studenten laten zien dat spijkerbroeken ook gemaakt kunnen worden van ecologische katoen (zonder bestrijdingsmiddelen), gemaakt door mensen die een normaal loon krijgen (zonder kinderarbeid) en in arbeidsveilige fabrieken/ateliers worden gemaakt (dus zonder instortingsgevaar). Oké, dat wisten ze niet en kwamen hier ook niet snel op.
Mijn activerende opening bestond vooral uit het uitleggen dat dit wèl bestaat en erg belangrijk is. Duuhhhh. De activatie zat vooral bij mij. Ik ratelde verder ‘dat je tegenwoordig geen spijkerbroek hoeft te kopen maar dat je deze beter kunt leasen en hergebruiken’. Tja, hiermee werd ik natuurlijk in de groene idealistische hoek gezet. Maar goed, was de openingsfoto van spijkerbroeken dan niet goed gekozen? Toch wel, maar ik als docent had andere open vragen moeten stellen. "Wie van jullie zou een duurzame spijkerbroek leasen voor 5 euro per maand?" Of als je mag kiezen voor een eerlijke broek die hergebruikt is en niet van jou of een oneerlijke broek die jouw bezit is, wat kies je dan?". Deze manier van vragen stellen is meer uitnodigend en zet studenten directer op de duurzaamheidsgedachte en de keuzes die zij daarbij zelf kunnen maken. Ik denk dat er dan wellicht een discussie was ontstaan? Dat prikkelt meer.


De paus met zijn mijter maakt pas opzien als hij wederom een controversieel geluid laat horen over bijvoorbeeld condooms of sex voor het huwelijk. Activerend onderwijs anno 2014, je moet heel wat uit de kast halen, maar voorlopig nog geen duurzame spijkerbroek.

Januari 2014,
Raymond Pelders
Avans Hogeschool Breda

donderdag 9 januari 2014

Privacy bestaat niet meer, leer er maar mee leven.



Privacy bestaat niet meer, leer er maar mee leven.
Internet is zo open, dat houd jij in je eentje niet meer tegen. Maar kan je er wel wat aan of mee doen? Ik denk van wel. Lees snel verder over de WorkShop Social Me dia.

1.    De privacy van Mieke de Boer

Een introductie met filmpje en een verhaal
Een van de zaken die in de afgelopen jaren drastisch is gewijzigd, is onze privacy. Als je nu wilt weten wie of wat iemand is, dan kijk je op Google. En alles wat je daar vindt, wordt geslikt voor zoete koek.

De kracht van internet is enorm. Kijk maar eens hier: The Power of Internet.

Een van mijn vrienden, een elegante volslanke dame van Surinaamse afkomst heet Mieke de Boer. Haar vader is een Nederlander. Haar moeder is Creoolse. Na haar studie als management assistente en veel jaren ervaring bij een paar grote bedrijven, wilde zij wel eens wat anders. Dus maar eens aan het solliciteren. Haar vriendinnen wezen haar er op dat bij solliciteren hoort dat je jouw "profiel" op internet eens checkt. Want dat doet een HRM-manager van een onderneming ook, als je daar komt solliciteren. Nou, dat was schrikken.

Check het  zelf maar eens hier ...

De eerste reactie van Mieke zullen wij hier weg laten! "En wat kan ik daar dan aan doen?" Dat was uiteraard de tweede reactie. Daar is het nu te laat voor, maar daar kan jij wat aan doen. Het is de vraag of je tegen zo een krachtig medium als "de Playboy", iets kunt doen, maar het is het proberen waard. Wat zou jouw eerste reactie zijn? Denk daar maar eens over na! En hoe sta jij er zelf op? Heb je daar wel eens over nagedacht? Goede vragen aan alle deelnemers: hierdoor ontstaat "awareness".

Aandachtspunten bij deze werkvorm:
  • Zorg voor een goede verbinding met internet voor de lescomputer (laptop) en een goede geluidskwaliteit, want het filmpje is lekker stevig.
  • Zorg voor hulp voor een ieder die last heeft met het verbinden met internet.

2.    Zelf werken aan jouw privacy op internet

Even frontaal voor de groep de theorie van Google verhelderen
Google vindt van alles op basis van ACTIVITEITEN op internet. Google rangschikt deze en als jij iets zoekt, dan zet Google deze rangschikking op het scherm. Dat rangschikken gaat als volgt:

  • Voor iedere actie op jouw website (maken, vernieuwen, aanpassen) krijg je “punten”.
  • Voor iedere doorverwijzing (liefst naar populaire websites) WEDERZIJDS krijg je “punten”.
  • Voor iedere link in een post bij populaire social media sites zoals Facebook en Twitter, maar ook sites die in de toekomst populair gaan worden, zoals Pinterest en Vine krijg je “punten”. 
  • Voor iedere actie van ANDEREN richting jou en jouw website of profiel op een social media site (denk hierbij aan LinkedIn) krijg je “punten”.
  • Voor het schrijven van lemma’s op WikiPedia krijg je “punten”.
Al die punten tezamen maakt dat je door Google wordt gevonden en dan kom je ook op de eerste pagina en als je heel goed je best doet bovenaan, op één. Dat houdt dan in dat je ongeveer 1000 interessante vermeldingen moet hebben op internet PER JAAR.

3.    Wat betekent dat voor jou? Het Vervolg...

Iedereen nu even zelf even aan de slag: lekker aan het Google-en
Google je zelf maar eens en bekijk de resultaten. Waar sta jij en hoe sta je daar… Probeer ook eens je naam bij Google Afbeeldingen. Als je te veel rommel krijgt (bijvoorbeeld bij namen als “Harald Engels” of "Angelique van Grieken”) zet de naam dan letterlijk tussen aanhalingstekens. Hoeveel punten heb jij al “gescoord”? Wat zegt dat over de activiteiten die je zelf wil en kan ondernemen op internet?

Aandachtspunten bij deze werkvorm:
  • zorg voor een goede verbinding met internet en een veilige werkomgeving waarbij alles mag en niets verboden is en iedereen met respect met elkaar omgaat.
  • Personen kunnen soms raar naar voren komen op internet, wees daar alert op.
  • Bied hulp en stel vooral veel gerust en maak nergens een probleem van.

4.    Wat Mieke kan, kan ik ook
  • De kern is: social media zeggen iets over ME en dat mag je niet onderschatten.
  • Social media worden meer en meer gebruikt om zo veel mogelijk van elkaar te weten. Zorg er van voor dat wat men over jou te weten komt, klopt.
  • Van belang is om relevante informatie op internet te zetten, onderhouden, delen en er naar te verwijzen.
  • Ook van belang is dat regelmatig te controleren en daar op te reageren.
  • Zorg dat het er ook allemaal netjes uit ziet en maak daar in geen (spel-, taal- en andere) fouten

5.    En als je nou Mike de Boer heet… wat dan?

Van belang is dat de deelnemers aan de workshop, ruim de gelegenheid krijgen te zien hoe ze er op staan en dat met elkaar delen en dat ze de materie serieus nemen. Want dat doet een HRM manager wel, als hij/zij jou googelt in verband met een sollicitatie.