maandag 28 april 2014

Youtube-filmpje in de klas, lekker chill beginnen De didactische meerwaarde van een activerende opening in ons digitale klaslokaal


Statistiek is saai. Of op zijn minst lastig. “Wat moet je er mee” en “waarom zo moeilijk”, worden vaak gevolgd door een opmerking in de trant van “ik snap er helemaal niets van, meneer”. Combineer dit met de impopulariteit van wiskunde en je zult een flinke uitdaging ervaren als docent statistiek. Zo ook ik, als beginnend docent.

De eerste vraag die ik mijzelf dus heb gesteld is: ‘Hoe krijg ik mijn ietwat saaie onderwerp toch inzichtelijk en hoe krijg ik die jongelui nu enthousiast. Wat kan ik inzetten om ze betrokken te krijgen, iets wat bij hun belevingswereld aansluit, maar waarmee ik wel het bruggetje kan slaan naar mijn lesstof. Iets van een ijsbreker waarmee ik statistiek kan ontdoen van zijn stoffig image. En mijzelf natuurlijk ook.

Zondagmiddag, regen op de ruiten, tv op de achtergrond, tablet op schoot, oordopjes in. Youtube. ‘Statistiek’ als zoekterm: veel hits, maar veel in de trend van een normaalverdeling en direct een hoop jargon. ‘Meten is weten’ dan: afgezien van een overdaad aan niet representatieve bouwvakkers, ook niet het vereiste niveau van diepgang. Verder zoeken.
Wat zoek ik eigenlijk? En hoe?
Misschien moet ik een andere zoekstrategie toepassen.
‘Cool facts and figures’, [ENTER].

Dat begint er meer op te lijken. Een korte screening gecombineerd met wat minder-stil gegniffel gezien de vragend blik van mijn vriendin, valt de keuze op: ‘So you think you know everything? Cool, Fun Facts!’. Hier kan ik wat mee. Het heeft een goede (up)beat (Chelsea Dagger van The Fratellis), de beelden wisselen elkaar snel af, het filmpje zelf duurt niet al te lang en er zitten grappige wetenswaardigheden in, perfect! Hier moet ik de huidige generatie studenten mee kunnen enthousiasmeren.

De truc is echter wel om het zodanig in te zetten dat je het bruggetje weet te maken naar de theorie. Anders wordt het leuke oefening, maar blijft het slechts dat. Goed voor je studentevaluaties, maar didactisch minder sterk. Je dient het dus een goede opdracht mee te geven, zodat de studenten actief aan de slag gaan en door die activiteit betrokken raken bij het onderwerp. Ik heb ze opdracht gegeven om zoveel mogelijk ‘gemeten feiten’ te noteren. Na afloop van het filmpje heb ik ze gevraagd wat er genoteerd was. Hierbij heb ik consequent de term ‘variabele’ gebruikt om ze naar het jargon van de statistiek toe te begeleiden. In een vervolgvraag heb ik ze (dit kan zowel plenair als in twee- of viertallen) laten bepalen wat het meetniveau van de variabelen was. Dit kan ingericht worden als studieopdracht tijdens de les, als herhalingsoefening, maar ook of als formatieve toetsing van het opgegeven huiswerk. Al met al kun je op basis van een kort filmpje op YouTube in combinatie met het gebruikelijke didactische repertoire een leuke opening aan je les geven.

Het resultaat was verbluffend. Zonder enige moeite kreeg ik de studenten betrokken bij het onderwerp. Ze worstelden nog steeds met de statistische terminologie, maar door de beelden uit het filmpje had ik direct een anker om ze daarin wegwijs te maken. Je sluit aan bij de belevingswereld van de student. En dat is het grote rendement wat er te behalen valt met een activerende opening zoals een filmpje van YouTube. De combinatie met een eenvoudige opdracht, die je een half uurtje aan voorbereiding kost en slechts 10 minuten in de uitvoering, is het meer dan waard. Ik kan niet wachten op de volgende regenachtige zondag.

dinsdag 11 maart 2014

Activerende opening


"Wie heeft het gedaan"

https://www.youtube.com/watch?v=ubNF9QNEQLA&feature=youtube_gdata_player

Workshop Beoordelen

Thema observeren

De workshop beoordelen is bedoeld voor medewerkers in het primair proces in de gehandicaptenzorg. Deze medewerkers begeleiden leerlingen en stagiaires die een opleiding volgen in de sector zorg en welzijn.

Mijn doel is ervaren en zoeken naar klittenband.

Ervaren door te observeren en te ervaren hoe makkelijk het is om als je vanuit een bepaald perspectief kijkt, iets te missen. Het klittenband vind je door het na te bespreken en vragen naar eigen ervaringen van de cursisten.

De werkvorm

Dit wil ik doen door het tonen van het filmpje "who dunit", op en bepaald punt in het filmpje komt de vraag in beeld "did you notice de 21 differences" ik herhaal de vraag in het Nederlands en laat de groep even een eerste reactie geven.

Hierna laat ik het filmpje uit draaien en zien de cursisten wat er allemaal heeft afgespeeld terwijl zij keken.
Elke keer weer zie ik als ik dit filmpje gebruik het effect bij cursisten. Van verbazing maar ook cursisten die verandering zagen maar toch verbaasd zijn dat het zoveel veranderingen zijn.

De praktijk

Observeren is een essentieel onderdeel van het begeleiden en beoordelen van het praktijkleren. Buiten dat zaken je makkelijk kunnen ontgaan en je zaken uit verschillende hoeken kunt bekijken, heb je ook nog zaken als objectiviteit. Dan moet je dit ook nog eens goed kunnen verwoorden als begeleider en schriftelijk kunnen weergeven, zodat je leerling dit mee kan nemen in zijn ontwikkeling.

De theorie

Het observeren bestaat uit goed kunnen waarnemen, interpreteren en concluderen. Dit vraagt niet alleen om kennis maar ook om ervaring. Belangrijk is dat als men deze vaardigheden gaat toepassen er ook regelmatig afstemming plaats vind en feedback wordt gegeven.

Bij mijn uitvoering van deze werkvorm in de opleiding " Activerend opleiden" voel ik mij nog zeer onbekwaam. Wel heb ik positieve feedback gekregen op de werkvorm. Wat de uitvoering betreft heb ik wel wat steken laten vallen. Zoeken naar klittenband ben ik in mijn nervositeit zelfs vergeten. Maar nu ik de werkvorm inmiddels in mijn trainingen heb uitgeprobeerd gaat het erg goed en levert hij veel informatie aan mij en mijn cursisten


zondag 2 maart 2014

Op één lijn of over de streep?

Op één lijn of over de streep?
Hoe een goed geformuleerde stelling als werkvorm een discussie op gang kan brengen….

Veel mensen verkeren in de veronderstelling dat ze in een discussie anderen dienen te overtuigen van hun gelijk. Ze denken in eens en oneens maar wat zit ertussen? Hoe leid je een discussie in goede banen en krijg je bovendien inzicht in de meningen over het onderwerp? In dit blog wordt het gebruik van de stelling als werkvorm voor discussie onder de loep genomen.

Werkvorm
Discussie kan spontaan ontstaan, echter ook bewust in gang gezet worden. Een werkvorm hiervoor is de line up. Na een door de docent geponeerde stelling over een onderwerp wordt de deelnemers gevraagd een positie op een denkbeeldige lijn in te nemen. Deze lijn ligt tussen de bordjes eens en oneens. Hoe meer je het eens bent met de stelling hoe dichter je bij het bordje eens staat. Aan de docent de taak de discussie door het stellen van vragen op gang te brengen.

----------------------------------


   
De theorie
Het bedenken van een stelling lijkt eenvoudig, een mooie manier om de meningen van de deelnemers goed in kaart te brengen. Echter een stelling werkt pas goed als instrument als deze aan diverse criteria voldoet. Hoewel discussie vooral gaat om argumenten mag een stelling juist geen argumenten bevatten en dient kort, krachtig, absoluut en positief geformuleerd te worden.
Een stelling is controversieel, prikkelt en oordeelt zonder nuance. 

De praktijk
Eerder genoemde Line up was bedoeld voor eerstejaars Pabo studenten met als onderwerp: Taaltrainingen op de pabo.


De stelling luidde:
 Een goede basisschoolleerkracht beheerst de Nederlandse taal perfect.

Door de krachtige formulering en de actualiteit van het onderwerp stonden zowel bij beide uitersten deelnemers (eens en oneens) als enkele ertussenin. Er ontstond een levendige discussie, welke nauwelijks bijgestuurd hoefde te worden. Maar de formulering leidde ook tot verschillende invalshoeken met betrekking tot het woord ‘goed’ in de stelling.

Kortom
Formuleer zo krachtig mogelijk zonder termen als goed.
Line up als werkvorm zorgt voor beweging, een actie waarbij deelnemers hun mening kracht kunnen bijzetten door de positie op de lijn. De discussie kan iemand bij de line up letterlijk over de streep trekken….


vrijdag 7 februari 2014

Chuck Norris, activator in het hoger onderwijs

Chuck Norris, activator in het hoger onderwijs

Een actieve student is de helft van het werk. Participerende studenten nemen meer op en verhogen bovendien het werkplezier van de docent. Hoe tover je een les waarin je de krekels kan horen tjirpen om tot een energieke sessie waarin studenten geprikkeld worden tot deelname? Een activerende opening is een eerste stap, met hulp van Chuck Norris, uiteraard.

Met deze poster start ik een les over de oorzaken van subjectieve sociale veiligheid. Het doel van deze activerende opening is om studenten te focussen op het onderwerp en in een actieve modus te krijgen. Studenten reageren op de quote: wanneer voelen zij zich eigenlijk onveilig, en hoe komt dat?

Sociologische verklaringen
Vanuit sociologisch perspectief zijn onveiligheids-gevoelens te verklaren vanuit verschillende contexten. Binnen de individuele context plaatsen we oorzaken uit de persoonlijke sfeer: in hoeverre voelt men zich kwetsbaar, heeft men eerdere slachtofferervaringen of heeft men een risicovolle leefstijl? Daarnaast kunnen we verklaringen zoeken binnen de situationele context: de directe omgeving waarin een persoon zich bevindt. Zo voelen mensen zich doorgaans onveiliger in verloederde buurten, buurten met weinig sociale samenhang en buurten waarin veel criminaliteit voorkomt. Binnen het hoogste niveau, de sociaal-culturele context, kijken we naar verklaringen op basis van maatschappelijke ontwikkelingen.

Hoe Chuck Norris helpt
Ondersteund door de activerende opening, leid ik studenten door het theoretische model. De quote geeft namelijk aan dat zelfs ‘het donker’, hier de vertegenwoordiger van een individu die op basis van individuele eigenschappen nergens voor hoeft te vrezen, zich in een context kan bevinden waarin wel degelijk onveiligheidsgevoelens ontstaan. Doordat studenten in de activerende opening zelf verklaringen hiervoor bedenken, kan ik de uitleg van de theorie goed laten aansluiten op hun eigen belevingswereld. Het gevolg hiervan is dat studenten vervolgens zelf abstracte theorie weten te vertalen naar concrete voorbeelden.

Een opening kiezen
Voor het motiveren van studenten is het van belang de juiste activerende opening te kiezen. Een goede activerende opening is prikkelend, verlaagt voor studenten de barrière om te reageren en sluit aan bij de lesstof. Mijn advies: kies een opening waar je zelf enthousiast over bent zodat je dat enthousiasme kunt overdragen aan studenten. Maak het daarnaast niet te moeilijk, maak gebruik van visuele ondersteuning en laat het niet na om af en toe een dosis (zelf)spot te gebruiken.

Tot slot
Waarom zou je als docent kiezen voor een activerende opening? Simpelweg omdat zowel student als docent er de vruchten van plukt. Studenten worden gemotiveerd en geven de docent aanknopingspunten om abstract lesstof te behandelen. De docent krijgt inzicht in wat er speelt in de leefwereld van de student en kan de lessen daarop inrichten. Door het gebruik van een activerende opening is het geluid van tjirpende krekels waarschijnlijk verleden tijd. Met behulp van Chuck Norris is dat gegarandeerd. 

dinsdag 28 januari 2014

Van moordwapen tot Donald Duck


Pieter Storms, inbraak en bierdopjes openen. Deze woorden lijken niets gemeen te hebben. Toch worden ze in samenhang genoemd na het zien van één afbeelding tijdens een bijeenkomst van de Leergang Activerend Opleiden. 

De werkvorm
‘Waar denk je aan als je het voorwerp op dit plaatje ziet?’ Met deze simpele vraag start ik mijn activerende opening.

Aarzelend komen de eerste antwoorden. ‘Volgens mij gebruiken ze het in de bouw om te slopen’, roept de één. De ander vult aan: ‘Ja om te slopen, maar ook om bierdopjes mee te openen.’ Ondertussen hoor ik ook ‘moordwapen’ en ‘Pieter Storms’. Ik schrijf snel mee op steekwoordniveau. Nu wordt pas ‘inbraak’ geroepen. In de voorbereiding was dit mijn eerste associatie, dus ik had dit woord eigenlijk eerder verwacht. Aanvullend op het woord inbraak klinkt: ‘ik moet ook wel een beetje denken aan de zware jongens van Donald Duck’. Het is bijna niet bij te houden om alles op te schrijven. Toch is dat belangrijk; elke inbreng moet gehoord en gewaardeerd worden.  

De theorie
Het doel van deze activerende opening is om studenten (in dit geval docenten van Avans Hogeschool) na te laten denken over invalshoeken voor een achtergrondverhaal. Ieder artikel heeft een invalshoek. Zo gaat je verhaal niet over de Olympische Spelen, maar bijvoorbeeld over de homorechten tijdens de Spelen of de fraude bij het bouwen van Olympische stadions. Je zou kunnen zeggen dat de invalshoek de onderzoeksvraag van je artikel is.

Bij elk onderwerp kun je meerdere invalshoeken bedenken. Zo toonde Rob van Vuure (creatief directeur Sanoma Magazines) aan dat je zelfs over asperges telkens weer iets anders kunt schrijven. Hij kwam tot 98 invalshoeken: een aspergelunch, een historisch verhaal over asperges, het aspergedieet, asperges zonder ei, asperges uit de oven, vijf bekende Nederlanders en hun aspergerecept…


De praktijk
Voor studenten van de Academie voor Technologie voor Gezondheid en Milieu kies ik geen breekijzer of asperge, maar een ander langwerpig voorwerp: een reageerbuisje. Aan een select groepje studenten geef ik de training Journalistiek schrijven. De studenten zijn iets aarzelender dan de docenten, maar komen op de proppen met: lab, vloeistof, reactie, drugs, ontploffing, glas, petrischaaltje.

Met deze input zou je een verhaal kunnen schrijven over veiligheid in het lab (gaat het wel eens mis?) of over andere productiemethoden voor een reageerbuisje (waarom is een reageerbuisje van glas gemaakt?). Je kunt zelfs een verhaal schrijven over het succes van de tv-serie ‘Breaking Bad’, waarin een scheikundeleraar de drug crystal meth produceert…  
 
Onverwacht
Het voorwerp moet aansluiten bij de belevingswereld van de doelgroep. Bovendien is het belangrijk om alles op te schrijven. Maar het leukste is dat er dingen geroepen worden die je van tevoren zelf niet kunt bedenken. Dat is de kracht van het gezamenlijke brainstormproces. Want wie verwacht nu het stripfiguur Donald Duck bij een breekijzer? Terwijl dit toch een prachtige invalshoek voor een achtergrondverhaal (met illustraties!) op zou kunnen leveren; wordt het breekijzer nog gebruikt door ‘echte’ dieven of alleen nog door de zware jongens in de Donald Duck?

Inge Duine

Avans Hogeschool Breda

maandag 20 januari 2014

Creativiteit stroomt door beperkingen

 
 
Een discussiewerkvorm met behulp van Spencer Kagan

 

Vind je dat ook zo lastig, een goede discussie voeren in de groep? Want hoe zorg je nou dat niet steeds dezelfde mensen aan het woord zijn? En hoe weet je nu zeker dat iedereen over het onderwerp heeft nagedacht?

In de leergang Activerend Opleiden moesten wij een discussiewerkvorm laten zien. Hierbij wilde ik graag gebruik maken van iets wat ik een tijd geleden heb gehoord op een studiedag van de Amerikaanse onderwijskundige Spencer Kagan, namelijk creativiteit stroomt door beperkingen zoals een rivier kan stromen door zijn oevers.
 

 
 

De werkvorm

 
We zijn gestart met het bekijken van een filmpje op Youtube, waarbij een groep vrouwen zich in het zweet fietst om een neonverlichte man te laten strippen.
(Wat motiveert jou?).
 
Dit filmpje vormt de opstap naar een korte uitleg van de begrippen intrinsieke en extrinsieke motivatie, waarna de volgende stelling werd geprojecteerd:
 
 
INTRINSIEKE MOTIVATIE IS NOODZAKELIJK OM TE LEREN
 


 De deelnemers werden verdeeld in twee groepen van drie. Eerst krijgt iedereen 30 seconden om zichzelf een mening te vormen over deze stelling. Dan krijgt ieder individu in het groepje 30 seconden om ononderbroken zijn mening te geven. Als iedereen geweest is, krijgt het groepje 1 minuut om een gezamenlijk standpunt te formuleren richting het andere groepje. Deze standpunten worden in twee keer 30 seconden uitgewisseld. Tenslotte krijgt iedereen individueel 30 seconden tijd om te bedenken of je hierdoor je mening hebt herzien.
 
De theorie
 
Bij deze werkvorm maak ik gebruik van het gedachtegoed van Spencer Kagan, maar natuurlijk ook van theorieën over motivatie. Spencer Kagan zegt: door te beperken in tijd komen ideeën snel naar boven. Geef je mensen teveel tijd, dan gaan ze zichzelf herhalen. Voorwaarde is wel dat men ononderbroken kan vertellen.
Voor de inhoud van de stelling is kennis over het verschil tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie van belang. Intrinsieke motivatie is de behoefte vanuit jezelf om te leren, omdat je die bepaalde kennis graag wilt hebben of omdat die kennis jou helpt een doel te bereiken. Extrinsieke motivatie wordt gestuurd door factoren van buitenaf. Je leert voor een beloning, geld, status, macht of het vermijden van negatieve gevoelens.
 
De praktijk
 
Zorg bij het uitvoeren van deze werkvorm voor een hoorbare timer, zodat de groep ook weet dat het tijd is. Stop ook daadwerkelijk als het tijd is en laat mensen niet nog een tijdje doorpraten. Dan verliest de werkvorm zijn kracht. En, tenslotte, vergeet de stap niet waarin men terugkijkt naar de eigen mening. Dat maakt de werkvorm en de meningsvorming helemaal af.
 
Ondanks dat het voelt als een tegennatuurlijke vorm van discussiëren, biedt deze werkvorm een hoop voordelen, is mijn ervaring na twee keer uitvoeren. Door de bedenktijd vooraf moet iedereen zich een mening vormen. Omdat mensen elkaar niet mogen onderbreken, krijgt iedereen spreektijd. En door de stappen van individu naar groepje en weer terug naar jezelf, kun je je eigen mening aanscherpen en polijsten.

zondag 19 januari 2014

Dobbelen in het klaslokaal, een goed idee!

Als docent wil je met enige regelmaat bij je studenten controleren of de stof van de vorige les is blijven hangen. Is een dobbelspelletje hier een geschikte werkvorm voor?

Quiz als werkvorm
Om een les afwisselend en interessant te maken én te houden is het van belang variatie in werkvormen aan te brengen. We hebben allemaal wel eens in een collegezaal gezeten waar een saai stuk theorie van meer dan een uur werd afgestoken. Wat is er van de inhoud blijven hangen? Waarschijnlijk minder dan gewenst.

Dobbelen

Een van de werkvormen die tijdens de leergang 'activerend opleiden' aan de orde komt is de 'spelvorm'. Tijdens de vierde lesdag mochten de deelnemers aan de cursus een zelfgekozen spelvorm tot uiting brengen. Mijn keuze was gevallen op een 'dobbelspel'. Met behulp van deze werkvorm wilde ik toetsen of de informatie van mijn vorige les was blijven hangen bij mijn collega's.

Regels
Het spel begint met het indelen van de cursisten in twee teams, team A en team B. Ik fungeer zelf als quizmaster en geef de teams om beurten een open vraag. Team A krijgt de eerste vraag, mag kort overleggen en moet vervolgens een antwoord produceren. Bij het juiste antwoord mag het team een dobbelsteen werpen. Het aantal gegooide ogen bepaalt het aantal gescoorde punten. Wordt de vraag niet of fout beantwoord, dan krijgt team B de kans om de vraag goed te beantwoorden. En ook zij mogen werpen na het geven van het juiste antwoord. Hiermee is één ronde gepeeld en gaat de tweede vraag naar team B.

Om beurten krijgt elk team een vraag totdat er vijf minuten is volgespeeld. Is er bij het verstrijken van de vijf minuten al een vraag gesteld, dan wordt deze ronde nog afgemaakt. Het team met de meeste punten is uiteraard de winnaar.

Praktijk
Het spel werd na afloop kort geëvalueerd. Hierbij werd al snel geconcludeerd dat deze werkvorm prima geschikt is voor het doel. De spelvorm bevat een aantal leuke competitie- en samenwerkingselementen en je zag ook dat iedereen goed mee deed. Bovendien werkt het feit dat je met wat dobbelgeluk zelfs als het mindere team kunt winnen erg stimulerend. Het spel bleef dan ook spannend tot de laatste worp. Het werd voor mij als quizmaster - lees docent - ook duidelijk waar de hiaten in de kennis zaten. Waar ik echter geen rekening mee had gehouden was het duidelijk aangeven van de maximum denktijd. Dit zou bijvoorbeeld met een zandloper visueel gemaakt kunnen worden op een smartboard. Hoe dit logistiek werkt in de praktijk - je moet dan als quizmaster zowel de timer starten en stoppen, de vragen stellen en de punten bijhouden - heb ik niet kunnen testen.

Tot slot
Is de spelvorm 'dobbelen' als werkvorm geschikt om de kennis van je studenten te toetsen? Deze vraag kan ik volmondig met ja beantwoorden. Met de opgedane ervaring ga ik deze werkvorm dan ook zeker nog vaker in de praktijk brengen.

Fritschal Terheijden